Life

De afweer-parade

Vorige keer beloofde ik dieper in te gaan op de mystieke grondslagen van de Chinese geneeskunde, maar er kwam iets anders op mijn pad deze week. Ik dacht dat ik ernstig ziek was.

Er was een aanleiding voor de angst die achter deze plotse hypochondrie schuilging: het blog dat ik vrijdag plaatste was een enorme expressie van mijn ware zelf, een flinke sprong vooruit in het tevoorschijn komen, en gewoonlijk gaat zulke vooruitgang gepaard met heftige tegenbewegingen. Er volgt altijd een offensief van mijn tweede, aangeleerde zelf, dat erop uit is mij terug in mijn hok te duwen. Uit bescherming, dat wel, want het idee is dat wanneer je jezelf uit, je gestraft zult worden.
Oorspronkelijk zijn deze offensieven juist ontstaan uit verdediging, als strategieën om te overleven. Het zijn oude vormen van psychische afweer tegen reële pijn en dreiging. Maar nu, als een overijverig immuunsysteem dat lichaamseigen stoffen aanvalt, gaan deze mechanismen tegen je werken. (Waarom en hoe ze zijn ontstaan kom ik later nog eens op terug.)

Zo’n offensief bestaat vaak uit meerdere vormen van afweer, die als legerdivisies samenwerken en verschillende tactieken ontplooien naar gelang de situatie. Ik heb ze inmiddels eigen namen gegeven. De leider van het stel is Gerhardt, de commandant, die maar één functie heeft: bewaken! Zodra ik mijn hart open, wordt Gerhardt een beetje radeloos en ijsbeert hij in zijn uniform heen en weer, op zoek naar verborgen vijanden en strategieën bedenkend om ze uit de tent te lokken. Hij zaait twijfel, kan uiterst gemeen en sadistisch zijn en is altijd op zijn hoede – dit alles onder het motto: aanval is de beste verdediging.
Dan heb je Ludwig, die parmantig op mijn rechterschouder zit en voortdurend met een misprijzende blik het hoogst haalbare eist (en keer op keer zijn onvrede laat blijken als dat weer niet gelukt is). De meest basale afweer is ‘balletje’, die voor alles en iedereen bang is, zelfs voor zijn eigen schaduw. Zodra hij schrikt valt hij uiteen in een vormeloze, zwarte vlek en maakt hij een volslagen hulpeloze indruk. Er is ook nog Brando, de woedende schuinsmarcheerder, die tegenwoordig meestal met vakantie is, en benauwde Pedro, die gaat piepen zodra hij geclaimd denkt te worden.

De eerst drie komen overeen met mijn grootste valkuilen: twijfel, perfectionisme en angst. Het lijkt dikwijls alsof Gerhardt en Ludwig de grootste onruststokers zijn, maar eigenlijk is het ‘balletje’ die ze mobiliseert zodra hij in vormeloosheid uiteenvalt, en zo een kettingreactie in gang zet, als de schokgolf van een gedetoneerde bom.

Soms is het lastig wanneer ze allemaal in de weer zijn om mezelf nog te horen, om te onderscheiden wat wat is. Waar mijn eigen stem klinkt. Vroeger ging ik vaak op zoek naar de verborgen boodschap van de specifieke afweren, en hoewel dat erg leerzaam kan zijn, word je er op den duur ook gek van (of heb je er niet altijd de tijd voor). Het is een hele kunst om te ontwaren wat afweer is, wat hij tracht te verhullen, en wat werkelijk realiteit is.*

De flow-chart die ik heb beschreven werkt voor mij zo goed omdat hij al die stemmen even negeert, tussen haakjes zet, zodat er met iets begonnen kan worden zonder eerst alle afweren uitgeplozen te hebben, of erger: erin mee te gaan. De eerste les luidt immers: accepteer het ongemak. En dus, de afweer, de negativiteit. Vervolgens: bij twijfel, stick to the plan! Doe je taken, volg het plan. De routine doet de rest.

Maar nu deed de routine niet de rest. Gerhardt had een geniepige list bedacht. Al geruime tijd heb ik onder mijn rechteroksel een knobbel, een verdikking, die me tijdens het douchen telkens dwars zit. En nu rook Gerhardt zijn kans. Na een tjokvol familieweekend met een groot gezelschap, uitgebreid diner en flink wat alcohol, was ik maandagochtend nog niet gegrond, en dus makkelijk uit het lood. En nu was het tijdens het douchen raak: deze knobbel is foute boel, dacht ik opeens. Dit is, most definitely, een abnormaal gezwollen lymfeklier. Googlen. Ja hoor, helemaal niet goed. Doemscenario. Zul je zien: net nu het zo goed gaat, zal ik sterven.

‘Balletje’ detoneerde, mijn afweren raakten serieel getriggerd en de ochtend verliep in golven van paniek, terwijl ik probeerde om mijn gedachten tot kalmte te manen. Maar er was geen beginnen aan: Gerhardt had het tactisch overwicht en mijn linies waren nog versuft van het weekend. ’s Middags liet ik de knobbel aan mijn vriendin zien, en ze beaamde dat een afspraak met de huisarts verstandig was. Hoewel ze geen aanleiding gaf tot verdere paniek, hadden Gerhardt & co nu iets ‘objectiefs’ te pakken en dus bleef de onrust bestaan. Ik bereidde me voor op een heftige week van pieken en dalen, waarin ik tamelijk stuurloos op een stormachtige zee zou deinen totdat ik een definitieve uitslag had gekregen.

Gelukkig, niets van dat alles.

De ochtend erna kon ik al terecht bij de huisarts, die me verzekerde dat het geen verdikte lymfeklier was, maar wel de zwelling opmerkte en me doorverwees voor een echo. Thuisgekomen bleek ik meteen te kunnen langskomen in de kliniek en twintig minuten later lag ik in een donkere kamer op een behandeltafel naar het plafond te staren. De arts smeerde mijn oksel in, maakte een echo met zijn apparaatje en gaf na enkele scans aan dat er he-le-maal niets aan de hand was. Ja, hypertrofisch spierweefsel, dat was alles: een overbelaste grote borstspier.

Anderhalf uur later was ik weer thuis, van huisarts tot echo-uitslag – waarschijnlijk een Nederlands record diagnose stellen. Hoewel dat hele traject van een leien dakje ging, was er toch nauwelijks opluchting. Eerder ongeloof. Cognitief had ik geregistreerd dat het in orde was en daar was ik dankbaar voor, maar ik voelde geen emotionele opluchting. Ik voelde geen dankbaarheid. Mijn afweer was niet ontmanteld, enkel teruggedeinsd en hield zich nog verscholen in een hoek. Wachtend op een volgende kans om de aanval in te zetten.

‘Hij die de os niet zweept, maar zingen laat, zal de zoetste druiven oogsten’ – Oudindisch gezegde

Waarom was er geen ruimte ontstaan, geen vrede gesloten? Ik had weliswaar objectieve geruststelling gekregen, maar van binnen woedde de onrust nog. Feiten zijn niet doorslaggevend voor (mijn) afweer. De realiteit van de afweer is namelijk een andere, maar voor die onrust zelf had ik eigenlijk geen tijd. Omdat ik door wilde. Omdat ik mijn taken had, mijn studie, mijn blog moest schrijven die vrijdag geplaatst moest worden.

Ondertussen vergat ik aandacht te schenken aan het hier en nu. Was ik niet hier, maar al daar. En terwijl Gerhardt zich terugtrok, besefte ik niet dat Ludwig nu de touwtjes in handen had en in zijn vuisten zat te lachen. De oorlog ging door, met andere middelen.

Ik moet vandaag studeren.

Ik moet dat blog schrijven.

Ik moet. Ik moet. Ik moet.

Vergetende dat ik natuurlijk helemaal niets moet.

Als je je afweer gaat beschouwen als obstakel, als iets waar je vanaf moet, zit je nog altijd gevangen in een afweer – precies dat is de sabotage! Het biedt de illusie van een wereld zonder afweer. Een perfecte wereld, van een zelf zonder tegenstand. Opeens, tamelijk geruisloos, ben ik toch gaan proberen om de oorlog van mijn afweren te winnen, heb ik stiekem het tegenoffensief ingezet. En dus ben ik mijn eigen vijand geworden, in oorlog met mezelf, terwijl ik deze afweren juist moet koesteren als delen van mijzelf. Niet door ze volledig serieus te nemen, maar door ze te bekijken en te zien voor wat ze eigenlijk zijn: bondgenoten. Overspannen lui, dat wel, hypertrofisch, maar bondgenoten. Mijn strijdmakkers. En mijn krachten.

Ludwigs heilige moeten is ook de motor voor mijn progressie, Gerhardt beschermt mijn hart en doet dat met verve, ‘balletjes’ vormeloosheid is eigenlijk de bron van alles, het begin en eind, Brando’s woede heeft menigmaal de weg gebaand uit een depressie en door Pedro heb ik geleerd grenzen te trekken om mezelf ruimte te gunnen.

Het gaat er niet om dat we verbeterde versies van onszelf worden. Kijk eens, nu heb ik het een zonder het ander, zeg je blij. Nu heb ik gedachten zonder twijfel. Drive zonder perfectionisme. Leven zonder angst. Kracht zonder woede. Ruimte zonder grenzen.

Dat is niet heel zijn. Dat is de illusie van zuiverheid, van een ideaal zelf.

Het gaat erom dat het deel – dat alle afgescheiden delen – worden opgenomen in het geheel, als solisten in een orkest. Geef de diva’s en druktemakers een plek en laat ze als sopranen en tenoren luidkeels zingen, maar op de maat van jouw muziek. Dirigeer ze, maan ze tot zachte stem bij ingetogen stukken en laat ze aanzwellen tijdens krachtige finales. Zwak af en zet aan; zoek de samenklank. Gezondheid is een symfonie.

* Voor een praktische omgang met afweer en het herkennen ervan, zie het werk van psycholoog Ingeborg Bosch

Voor een speelse wijze om je afweren te ontmantelen, zie The Artist’s Way van Julia Cameron (aanrader!)

Voor de waarheid van het geheel: Deepak Chopra, Het Schaduw Effect

Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s