Book, Life

Boek schrijven, een reisverslag

Het eerste hoofdstuk van mijn boek is af, hier kun je lezen en doneren
57 personen hebben samen 3445 euro gedoneerd om mij 138 dagen en 4 uur te laten schrijven.
Resterende schrijftijd: 64 dagen en 4 uur (laatste update: 3 mei 2015)

Ofschoon tijdgenoten van Columbus al vermoedden dat de berekeningen van de Genuese zeeman geen hout sneden – die verhaaltjes over een platte aarde waren toen al fabels – bleef hij zelf volharden in zijn idee dat Indië vanuit het westen gevonden kon worden. Zonder dat blinde geloof, die een vorm van domheid is, was hij nooit op pad gegaan en had hij nooit Amerika ontdekt.

In een maand een boek willen schrijven bezat eveneens een hoge mate aan domheid, maar zonder die zelfbegoocheling was ik er nooit aan begonnen. De atlantische proporties van het schrijven van een boek zouden me de haven niet uit hebben gekregen. Eenmaal op zee, de wind geproefd, de deining gevoeld, keer je niet meer om.

De heroïnebabyNu, maanden verder, weet ik beter wat het schrijven van een boek eigenlijk inhoudt. Zestig procent van zo’n tocht heeft weinig van doen met het daadwerkelijke tikken van zinnen. Je moet een goede maag hebben. Wie schrijft moet verteren. Dan een beetje heldere kop, koers houden. Daarna komt pas het schrijven zelf, een misleidende noemer waaronder het echte reilen en zeilen schuilgaat: kijken, afstand nemen, schrappen, lezen, beslissen, opzoeken, trotseren. Alles is nodig om die alinea op papier te krijgen, en de volgende in het zog daarvan, tot zoiets als een verhaal ontstaat, een eenheid. Schrijven is bovenal eenheid scheppen.

Nu de hoofdstukken langzaam gestalte krijgen heb ik ook een reëler beeld van wat ik kan doen op een dag. Je kunt een voortvarende week hebben, om daarna dagenlang te stuntelen met een enkele wending. Voorspellingen zijn niet nutteloos, maar pakken meestal anders uit. Toch houd ik trouw mijn logboek bij. Hieronder vind je een update van de progressiemeter; de zekerheid daarvan is nog even onwerkelijk als ze al was, maar de percentages geven gevoelsmatig weer welke afstand ik heb afgelegd.

Windstil is het ook geweest. In de winter heb ik een lange pauze genomen, gedwongen door het komen en gaan van ziekte. (Hier kun je lezen wat ik daarvan heb geleerd). Overigens is die onderbreking niet ten koste gegaan van de gedoneerde schrijftijd. Van de vier maanden, heb ik nog twee maanden zorgeloosheid voor de boeg. Daarmee ga ik het niet redden, maar met opgetuigde zeilen en goede moraal is de oversteek binnen bereik.
Dat wil niet zeggen dat donaties niet meer welkom zijn. Extra proviand, een onverwachte dropping is op de oceaan een godsgeschenk. Maar het is geen noodzaak, we pakken desnoods de sloep en roeien verder.

Volgens de nieuwe berekeningen zal ik na die twee maanden ruim over de helft zijn met mijn boek. Een eerste versie tenminste. Dat valt samen met mijn shiatsu-examens aan het eind van het derde (en voorlaatste) jaar, wat mij de gelegenheid geeft een baantje te zoeken voor de zomer en mezelf droog te houden, terwijl ik schrijf. Mocht ik zo rondkomen en genoeg tijd over houden, bereik ik in september mijn eerste bestemming: een complete versie van het gehele boek.
Wat daarna komt, ik zal het zien als ik arriveer. Ik vermoed een groter continent.

Progressie van project [De heroïnebaby – een relaas van depressie en genezing]

Hoofdstuk 1: 95%

Hoofdstuk 2: 80%

Hoofdstuk 3: 75%

Hoofdstuk 4: 30%

Hoofdstuk 5: 25%

Hoofdstuk 6: 2%

Hoofdstuk 7: 2%

Hoofdstuk 8: 3%

Hoofdstuk 9: 1%

Hoofdstuk 10: 1%

Standaard
Chinese geneeskunde, Life

Lessen van de winter

Afgelopen winter was het alsof alles wat ik plande en voorheen met gemak aanpakte, opeens niet meer lukte. Uithoudingsvermogen gehalveerd, een kermis aan ongemakken streek neer – hoofdpijn, keelpijn, koorts, hoest –, obsessies keerden familiair schouderkloppend terug. Hoe kan dat nou? dacht ik verontwaardigd. Ik had de ideale dagindeling gevonden, daardoor een geweldige herfst beleefd – alle cijfers in de plus dit kwartaal – en terwijl ik alles op dezelfde manier bleef doen, begon de machine opeens mankementen te vertonen en de productie drastisch terug te lopen. Omdat ziekte een vast onderdeel is van mijn winter, was een neergaande trend wel ingecalculeerd, maar dit liep uit op een regelrecht fiasco. Zodra ik een beetje leek hersteld en mijn routine wilde oppakken, keerden de symptomen instant terug en noopten opnieuw tot gestaakte werkzaamheden. Na een paar keer tevergeefs opstarten, gooide ik mijn handen ten hemel, deed de lichten uit, en gaf me ten slotte geduldig aan de stilte over.

Ik spreek over de winter in verleden tijd, omdat volgens de Chinese kalender het seizoen alweer bijna is afgelopen. Zij loopt ongeveer van half november t/m half februari, met 21 december, de kortste dag, als middelpunt – iets dat eigenlijk logischer is dan onze gewoonte om de winter op deze dag te laten beginnen. Net als in de geneeskunde hebben de Chinezen meer oog voor de metafysische krachten op de achtergrond dan voor de concrete verschijnselen in de buitenwereld. Een eerste aanblik buiten doet inderdaad vermoeden dat de winter nog straf regeert: het is koud en vochtig, de bomen zijn kaal en af en toe sneeuwt het. Maar ondergronds keert het leven reeds terug: krokussen komen op, vogels fluiten en het onstuimige weer is eerder overgang naar een nieuwe tijd dan bestendiging van het oude.

In de Chinese filosofie wordt alles gezien als een verhouding van de tegengestelde krachten van yin en yang. In wezen is yin rust en yang activiteit, maar aangezien ze altijd in samenspel voorkomen, kunnen we ook zeggen dat yin de neerwaartse, naar binnen kerende kracht is en yang de opgaande, expansieve kracht. Samen scheppen ze leven en zijn ze terug te zien in alle manifestaties van het leven: vormen, emoties, geuren, kleuren, tonen, voedsel, personen, alles kunnen we classificeren als meer yin of meer yang (en in welke hoedanigheid). Zo ook de seizoenen.

Lente en zomer zijn yang, herfst en winter yin, waarbij het najaar weer meer yang is dan het winterseizoen. Op 21 december bereikt yin haar hoogtepunt en is yang, aangezien de twee elkaar complementeren, automatisch op zijn laagst. Omdat de kracht van yang verbonden is met de energie van de zon volgt het vanzelf dat de kortste dag het dieptepunt van yang is. De dag erna echter is yin op haar retour en verliest zij alweer iets terrein ten gunste van opkomend yang. Zo bezien is het niet gek dat we met Kerstmis de geboorte van nieuw leven vieren. Yin is natuurlijk nog veruit dominant, ook in januari en februari; het gaat daarom om subtiele, haast onzichtbare tekenen van leven die we kunnen ontwaren. Het toneel is nog winters, maar in de coulissen is het krachtenveld na 21 december wezenlijk veranderd.

Dit heeft gevolgen voor ons. De mens is een kosmos in het klein volgens de Chinese filosofie, wat wil zeggen dat onze lichamen aan dezelfde wetten onderhevig zijn als hemel en aarde, en daarom maken we in onszelf dezelfde krachtenwisseling door. De seizoenen vinden niet alleen in de natuur plaats, maar ook onze innerlijke huishouding wordt erdoor bepaald. Iedereen kent het gevoel wel de lente in de bol te hebben, in de zomer zijn we ontspannen en outgoing, tijdens het vallen van de bladeren raken we melancholisch en in de winter trekken we ons stilletjes terug, sommigen ten prooi aan (milde) wanhoop. Deze emoties zijn niet toevallig, maar evenzeer uitdrukkingen van het yin of yang, van een dominante energie die ieder seizoen kenmerkt. (De Vijf Fasenleer, een latere theorie waarin seizoenen tot de elementen van Water, Hout, Vuur, Aarde en Metaal gerekend worden, biedt meer finesse om de verschillende krachten te beschrijven, maar ik beperk me hier tot het meer basale yin en yang.)

Voor de juiste balans, en dus voor een goede gezondheid, is het zaak om je activiteiten aan te passen aan de heersende verhoudingen van het seizoen. In de klassieker van de Chinese geneeskunde, Het Boek van de Gele Keizer, meer dan 2000 jaar oud, vinden we concrete regels om in overeenstemming met ieder seizoen te leven. Over de winter staat er geschreven:

‘The three months of winter are called closing and storing.
Water freezes, earth cracks. Do not disturb the yang at all.
Early to bed, late to rise. (One) must await the daylight.
Make that which is of the heart/mind as though hidden,
as though concealed, as though (one) has a secret intention,
already obtained. Leave the cold, seek warmth.

Do not leak the skin. Urgently hold onto the chi.
This is the winter compliance of chi
and the cultivation of the Dao of storage.’

Het is niet eens zo lang geleden dat wij ook hier meer met de seizoenen leefden en dat gebeurt natuurlijk nog altijd deels op het platteland. Maar de meesten van ons wonen en werken tegenwoordig in een 24/7 maatschappij die deze natuurlijke ritmes aan het zicht onttrekt. Kunstlicht verhult het gebrek aan zon. In een stad als Amsterdam is er ’s nachts niet veel minder activiteit dan overdag. En onze economie houdt geen rekening met wisselende seizoenen. We staan niet massaal later op, omdat het buiten nog donker is als we ons naar kantoor zouden spoeden, en we schuiven geen deadlines door naar het nieuwe jaar, omdat de winter is aangebroken.

Neem Kerstmis, voor ons de spil van de donkere maand december. In wezen is het in overeenstemming met de yin-energie: met dierbaren rond het haardvuur zitten en een uitgebreide, versterkende maaltijd genieten, met volle wijnen die de innerlijke kou verdrijven. Maar de verstilling van Kerstmis is verdreven door stressmis: een hectisch festijn dat ons koortsachtig door winkelstraten jaagt om cadeaus te kopen, met deadlines die eromheen gepland moeten worden.

Natuurlijk is het niet reëel om een heel seizoen het werk erbij neer te leggen, of zelfs op een laag pitje te zetten. Maar iets van de geest van de winter overnemen in je dagelijkse activiteiten zou heilzaam zijn. Simpele zaken als langer slapen, goed eten, en geen energie verspillen liggen voor de hand. Maar eenvoudig is het niet om te doen. Als we niet in de ochtend langer kunnen slapen, betekent het dat we ’s avonds een stuk eerder naar bed zouden moeten gaan. Probeer maar eens een uur eerder naar bed te gaan dan je gewend bent.

Ook je fitness-routine waarbij je na je werk het beetje yang-energie dat je nog hebt erdoorheen jaagt, zou in de winter beter vervangen kunnen worden door passender, meer yin-opbouwende lichaamsbeweging, zoals rustig zwemmen of tai chi. Minstens zo belangrijk is een bepaalde geestelijke houding gedurende de winter; je verlangens stillen, blij zijn met wat je hebt en vooral hebt gedaan. ‘Ik wil’ en ‘Ik moet’ verruilen voor ‘het zij zo’, ‘dit was het’. Willen produceren strookt niet met de winter; productie is voor alle seizoenen, behalve de winter (en hartje zomer misschien). De winter kan voelen als stilstand, omdat zij stilstand is.

Ogenschijnlijk. Want yin is net zo goed een kracht als yang. We staren ons gewoonlijk blind op de expansieve daadkracht van yang, de prestaties die we leveren, maar de winter leert ons wat de kracht van yin is: overgave, geduld, verstilling. Omdat we vergeten zijn hoe we onze (hyper)actieve yang-energie moeten overschakelen naar het rustiger yin, een proces dat al in de herfst zijn aanvang neemt, worden we vooral ziek tijdens het winterseizoen. We verzetten ons tegen lagere productie, tegen een verminderd kunnen. We willen blijven gaan, we willen niet loslaten. En vaak kwakkelen we zo het hele seizoen door, tot we opgelucht adem halen bij het aanbreken van de lente.

De wanhoop die de winter kan oproepen is ons natuurlijke verzet tegen stilstand. Het druist in tegen onze aard, die yang is, expansief. Schoppend en schreeuwend worden we geboren, we zijn hier op aarde om iets te doen. Maar ooit zullen we ook weer moeten loslaten en dat is de essentie van yin: alles keert terug tot de bron, gaat op in peilloze diepte. Kopje onder gaan hoort bij de winter. Plannen en doelen lossen op in onbestemdheid, alles vervaagt en wordt diffuus. Geef je voortaan over aan de droomachtige sluimer van de winter, aan al wat mogelijk is, onzichtbaar blijft, langzaam contouren krijgt, om uiteindelijk vanzelf, als de tijd daar is, beslist – wakker – naar boven te stoten.

De Chinese seizoenen
Ieder seizoen bestaat uit 72 dagen, gevolgd door een overgangsperiode van 18 dagen. Dat levert ongeveer de volgende periodes op:
Winter: half november t/m eind januari – overgang
Lente: half februari t/m eind april – overgang
Zomer: half mei t/m eind juli – overgang
Herfst: half augustus t/m eind oktober – overgang
Op 21 maart en 21 september zijn yin en yang in balans. Op 21 december is yin op haar hoogst, op 21 juni yang.

Standaard
Book, Life

In uitvoering: boek depressie

Het eerste hoofdstuk van mijn boek is af, hier kun je lezen en doneren
54 personen hebben samen 3195 euro gedoneerd om mij 127 dagen en 4 uur te laten schrijven (laatste update: 12 feb)

Allereerst: ontzettend bedankt voor jullie steun. In nog geen maand tijd heb ik mijn minimale streven van 100 dagen schrijven ruimschoots gehaald dankzij jullie genereuze bijdragen.

Dat is boven verwachting snel gegaan en daar ben ik zeer dankbaar voor. Vooral ook voor de vele reacties die ik heb gekregen, van familie en vrienden, van bekenden en mensen met wie ik in jaren geen contact meer had gehad – jullie support is hartverwarmend.

Een tikje overweldigend was het ook. De mooie woorden, de steunbetuigingen, de lof. Geven is soms moeilijk, maar ontvangen niet minder. Voor wie mijn blog over afweer heeft gelezen: dit massale vertrouwen bracht zelfs commandant Gerhardt, chef hartbewaking, van de wijs. Met zijn handen in het haar ging hij in een hoek van mijn hersenkamer zitten neuriën, met een wekenlange hoofdpijn als gevolg.

De heroïnebabyHet boek moet natuurlijk ook nog geschreven worden. Een belofte doet twee dingen heb ik gemerkt: ze schept verwachtingen, en om te kunnen schrijven moet je die maar snel weer vergeten. Maar ze maakt ook krachten vrij: in één bewustzijn tot leven gekomen, wordt dit boek nu geruggensteund door jullie allemaal. Dat is geweldig.

Nu alles weer betijd heeft, kan mijn aandacht terug naar het boek zelf. Een flink karwei, en mocht je nog willen doneren: ga gerust je gang. Ik kan nu vier maanden vooruit, maar vermoedelijk duurt het project nog langer. Het eerste hoofdstuk ging vlot: het dicteerde zichzelf, ook omdat ik er al jaren op had lopen kauwen. Nu ben ik bezig de brij van mijn recentere, en dus rommeligere, geschiedenis in bruikbare ingrediënten te splitsen, voordat ik er in het geheel aan kan beginnen om er een – hopelijk smaakvol – gerecht van te maken.

Om jullie op de hoogte te houden, geef ik op deze pagina weer hoe ver de hoofdstukken gevorderd zijn. Uiteraard moet je dat met een korreltje zout nemen. Ik weet zelf pas of iets echt af is, wanneer het complete werk gedaan is: als alle tien hoofdstukken gang na gang kunnen worden opgediend. ‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans’, zong Lennon, en voor schrijven geldt dat net zozeer.

Ik hoop aan het begin van het voorjaar heuglijk nieuws te kunnen melden, maar hoe dan ook: tot in 2015!

Progressiemeter van [De heroïnebaby – een relaas van depressie en genezing]

Hoofdstuk 1: 98%

Hoofdstuk 2: 40%

Hoofdstuk 3: 15%

Hoofdstuk 4: 1%

Hoofdstuk 5: 10%

Hoofdstuk 6: 2%

Hoofdstuk 7: 2%

Hoofdstuk 8: 3%

Hoofdstuk 9: 1%

Hoofdstuk 10: 1%

Standaard
Book, Life

Project: boek over depressie

shortcut: het eerste hoofdstuk van mijn boek is af, hier kun je lezen én doneren

52 personen hebben samen 3125 euro gedoneerd om mij 125 dagen te laten schrijven (laatste update: 4 dec 2014)

Begin oktober liet ik weten een boek te gaan schrijven over mijn ervaring met depressie en dit na afloop met jullie te delen. Het doel was om dit in één maand te doen.

Dat is niet gelukt.

Maar ik ben begonnen en het boek staat nu zo ver in de steigers dat ik zeker weet dat ik het kan en zal voltooien.
De vraag is alleen hoe snel – en daar kunnen jullie invloed op uitoefenen.

Allereerst: het eerste hoofdstuk is af en dat wil ik graag alvast met jullie delen. Klik op het omslag voor de pdf.

De heroïnebabyDaarnaast wil ik jullie vragen om een donatie zodat ik mijn boek kan blijven schrijven. Ik zit nog altijd zonder baan en mijn spaarcenten zijn zo geslonken dat ik mezelf maar een maand kon kopen om dit boek te schrijven. Dat was ook een belangrijke reden voor die krappe deadline. Nu die maand voorbij is en het boek niet af, wil ik proberen om via donaties financiële rust te creëren om verder te schrijven.

Voor wie nu al genoeg heeft gehoord en zijn portemonnee wil trekken, hier vind je alle informatie voor donatie:

Shut up Ivo and take my money!

Voor hen die meer uitleg willen: hieronder volgt een verantwoording van het boek, de besteding van jouw eventuele bijdrage en de wijze van doneren.

Waar gaat dat boek eigenlijk over dat je zo nodig moet schrijven?
Over mezelf. Het boek is een autobiografisch verslag van mijn worsteling met depressie en de antwoorden die ik gaandeweg vond. Het is geen roman, maar ook zeker geen therapeutische beschouwing. Ik geloof dat mijn leven zich goed leent ter illustratie van de fenomenen depressie & stemmingsstoornis; dat het boek niet alleen een boeiend verhaal gaat worden maar ook een inzichtelijke kijk biedt in de omzwervingen van een noodlijdende psyche. Noem het ‘geromantiseerde zelfhulpliteratuur’. Als ik niet zou denken dat anderen iets kunnen hebben aan mijn verslag, zou ik dit verhaal niet schrijven. Depressie is fokking klote, maar er is een weg uit te vinden zonder je leven lang antidepressiva te slikken. Althans, dat is mijn ervaring.

Waarom werk je niet voor je geld en schrijf je gewoon in je vrije tijd?
Anderhalf jaar geleden verloor ik mijn baan en nog altijd heb ik niets nieuws gevonden. Ik was al begonnen aan een parttime opleiding tot shiatsutherapeut en in de nabije toekomst wil ik hier mijn boterhammen mee verdienen. Maar nu is het nog te vroeg om van te kunnen leven (ik ben halverwege de vierjarige opleiding). Ik bevind mij dus een beetje in niemandsland.
Solliciteren heeft zo goed als niets opgeleverd: ik heb geen slecht cv en kan een aardige sollicitatiebrief schrijven, maar op één keer na ben ik nooit op gesprek mogen komen. Veel sollicitaties vangen bot, omdat ik deze studie doe en werkgevers concluderen dat ik belangrijkere doelen heb.
Twee maanden geleden besloot ik het om te draaien: niet meer trekken aan een dood paard, maar het boek schrijven dat ik altijd al heb willen schrijven en dan wel zien wat het me brengt.
Overigens, ik heb geen uitkering meer en leef al geruime tijd van mijn ontslagvergoeding.

Vooruit dan, hoeveel geld heb je nodig?
Aanvankelijk had ik 10 hoofdstukken in gedachten van ongeveer 4500 woorden. Die 10 hoofdstukken gaan er komen, plus een voor- en nawoord, maar ze worden waarschijnlijk langer dan gedacht. Mijn eerste hoofdstuk telt nu 7700 woorden. Daar heb ik ongeveer 3 weken aan gewerkt, maar tegelijkertijd heb ik ook al veel geschreven in latere hoofdstukken.
Het is moeilijk te zeggen hoelang ik nog nodig heb; daarom vraag ik ook niet om volledige financiering van dit project. Ik hoop op donaties om mezelf extra tijd te kopen zodat ik flink kan opschieten met de bulk van mijn verhaal.

Om een idee te geven van de tijd die je mij kunt bieden met een donatie: ik leef van 750 euro per maand, wat neerkomt op 25 euro per dag.

  • Met 25 euro koop je mij zo ongeveer een volledige schrijfdag (natuurlijk heb ik ook weleens een dagje vrij nodig)
  • Voor 12,50 kan ik een halve dag naar hartenlust schrijven
  • Of je zet me een hele week aan het werk voor 150 euro, inclusief een fles wijn om bij te komen in het weekend

Ik heb op zijn minst nog 100 dagen nodig om het boek te schrijven, sneller kan ik het niet. Ik moet ook aandacht besteden aan mijn opleiding, heb huiswerk en tentamens en kan niet maandenlang al mijn tijd stoppen in het boek. Met 2500 euro ben ik gezegend met ruim een kwart jaar zorgeloos leven, waarvan ik een groot deel kan besteden aan schrijven. Maar alles is mooi meegenomen: iedere dag tikken brengt me een stapje dichter bij mijn doel.

Hoe weet ik dat je niet op vakantie gaat van mijn geld en al die flessen wijn koopt waar je zo dol op bent?
Daar kun je inderdaad niet zeker van zijn. Wel is het zo dat ik jullie op de hoogte houd van mijn vorderingen en dat ooit, binnen afzienbare tijd, dit boek volledig, en gratis, voor iedereen te downloaden zal zijn. Mocht je twijfelen aan mijn arbeidsethos: je kunt steekproeven doen en op willekeurige momenten bij me aanbellen (Marnixstraat 294-C, Amsterdam).

Zoals jullie hier hebben kunnen lezen volg ik de ‘chi’-cyclus, hier is mijn (doordeweekse) dagindeling:

5.15: mediteren en do-in
7.30: ontbijten en douchen
8.30: studeren
9.30: schrijven
13: lunch, boodschappen, dutje

15: schrijven/redigeren
17.30: chi kung
18: voeten op tafel

19.30: avondeten
22: naar bed naar bed

Wees niet te gepikeerd als ik je niet hartelijk ontvang, aangezien ik hoogstwaarschijnlijk aan het werk ben. Wanneer je aanbelt, zal ik de deur op een kier zetten, dan kun je zwijgend binnenlopen, een kijkje nemen, voor jezelf een koffie maken en daarna weer zachtjes vertrekken.

Okee, maar waarom laat je dit project niet crowdfunden via een officieel kanaal?
Drie redenen. De eerste is dat ik mijn boek hoe dan ook ga schrijven. Een eventueel geslaagde crowdfund-actie hangt daar niet vanaf.
Ten tweede: iets crowdfunden is, zo weet ik ook van mensen uit mijn omgeving die het gedaan hebben – een hele klus. Je moet je project laten goedkeuren, een video maken, dingen bedenken die je gaat schenken en vervolgens moet je werven, werven, werven, want als je het bedrag niet rond krijgt, is het allemaal voor niks. Kortom, het is een project op zich en kost allemaal tijd die ik liever besteed aan schrijven.
Punt drie: er gaat altijd een percentage naar het crowdfund-platform. En ik wil alles voor mezelf. Tot de laatste cent.

Je hebt me bijna overtuigd, hoe kan ik je eventueel een bijdrage doen?
Ik had een programmaatje waarmee ik een collecte kon doen voor donaties, maar dat bleek toch niet helemaal vlekkeloos te werken. Voor andere opties, zoals ideal, geldt dat er transactiekosten afgaan. Die bedragen minimaal 1,20 euro: van dat bedrag kan ik 12 minuten schrijven!
De betaaloptie is dus beperkt tot handmatig overboeken. Hier vind je alle informatie. Als overboeken te lastig is, mag je het geld ook in mijn jaszak duwen als je me toevallig tegenkomt.

Goed, ik sta op het punt te doneren, maar hoe blijf ik op de hoogte van de hoeveelheid donaties en de voortgang van jouw project?
Bovenaan dit blog zal ik regelmatig, in het begin dagelijks, het gedoneerde bedrag en het aantal donateurs updaten. Daarnaast blijf ik je via facebook en twitter op de hoogte houden van mijn progressie.
Overigens ben ik niet van plan om iedere keer een enkel hoofdstuk te plaatsen. Ik geef er de voorkeur aan het boek in een keer te delen wanneer het af is.

Ik heb gedoneerd, maar nu ik je eerste hoofdstuk heb gelezen, lijkt het boek me een slecht idee. Kan ik mijn geld terugkrijgen?
Dat kan. Er zijn een aantal voorwaarden: je schrijft je kritiek, puntig verwoord, met duidelijke verwijzingen naar zinnen/alinea’s/hoofdstukken over wat in jouw ogen inhoudelijk/stilistisch/grammaticaal de plank mis slaat.
Stuur dit vervolgens in drievoud, in zwart/wit kopij, naar mijn adres (Marnixstraat 294-C, 1016XS, Amsterdam) waar een onafhankelijke commissie zich zal buigen over jouw evaluatie en je na 24 weken schriftelijk een uitslag zal geven over de juistheid van je kritiek. Eventueel volgt dan een (gedeeltelijke) teruggave van je donatie.
Over die uitslag kan worden gecorrespondeerd, mits opnieuw aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.

Ik heb er alle vertrouwen in! Laat me doneren!!
Mijn oprechte en hartelijke dank. Ik stel je vertrouwen ontzettend op prijs.
Je zult er geen spijt van krijgen.

Steun mij

Standaard
Chinese geneeskunde, Life

De spirit van je organen

Heb je vaak diarree? Of ben je juist geconstipeerd? Onverklaarbare tandpijn of nachtelijk tandgeknars? Last van jeuk of eczeem? Ben je ’s ochtends stijf en vermoeid? Suizen je oren vaak? Last van benauwdheid, pijn op de borst, het gevoel dat er iets in je keel zit? Ben je impotent of juist ‘te snel’ in bed? Heb je weleens zweetaanvallen, moet je vaak ’s nachts naar de wc? Last van pijn in je schouder, nek, rug, knieën of enkels? Vage buik- en hoofdpijn?

Kortom, voel je je weleens echt gezond?

Uit een Brits onderzoek van vorig jaar bleek dat wij ons maar 61 dagen per jaar werkelijk gezond voelen. Dit mag misschien vreemd klinken, maar als je er even bij stil staat is het zo gek niet. Want iedereen heeft vaker wel dan niet last van bovenstaande kwaaltjes. Of van een algehele malaise en vermoeidheid. Het zijn geen echte ziektes, we zijn er niet door geveld, en we worden er zeker niet door bedreigd, maar het zijn storende, zeurende factoren die we eigenlijk op de koop toe nemen, alsof we er niet voor gemaakt zijn om ons vaker dan 61 dagen per jaar werkelijk goed te voelen.

Hoe voelt dat eigenlijk, je werkelijk goed voelen?

Je staat energiek op, met zin in de dag, je lichaam voelt als een partner en niet als een obstakel; als een levend geheel dat jou toebehoort en klaar is om jouw plannen uit te voeren. Je bent in het hier en nu, je geest is helder, je hebt geen moeite om je taken te doen, je voelt je opgewassen tegen het leven, het zit vol mogelijkheden, en van contact met anderen raak je geïnspireerd. Je voelt kracht, vreugde en geluk en je denken, voelen en willen zijn één.

Alsof niets werkelijk moeite kost.

Herkenbaar?

Van iedereen die nu ‘ja’ knikt zal het merendeel waarschijnlijk denken aan uitzonderingstoestanden; momenten van euforie, een manie wellicht, misschien verliefdheid. Of de keren dat er drugs in het spel waren. Het valt ons zwaar om deze gevoelens te scharen onder ‘alledaags welbevinden’. Een dergelijke eenheid van lichaam en geest, daar zijn extra chemische stoffen voor nodig, is de gedachte.

En dat is natuurlijk waar, bovenstaande is een kwestie van chemie. Euforische gevoelens en genotsmiddelen gaan gepaard met stoffen in je bloed die op receptoren in je lichaam werken en daardoor gelukzalige sensaties bieden. Maar de effecten zijn verre van abnormaal. Die receptoren zitten in je lichaam, en de chemie achter euforie of drugs kan alleen effect hebben omdat het lichaam erop toegerust is. Als je wortels in een auto gooit, gaat hij ook niet rijden. Je lichaam is er dus voor gemaakt om je kiplekker te voelen.

Maar waarom voelen we ons dan niet vaker zo? Voor een westerse arts is het antwoord hierop niet eenvoudig: zolang er geen duidelijke oorzaken zijn, is er ook geen remedie. Voor de Chinese geneeskunde (TCM) zijn uiterlijke kwaaltjes tekenen van verstoringen van bijbehorende Organen. Dat hoeft niet te betekenen dat, in het geval van constipatie bijvoorbeeld, het anatomische orgaan ook daadwerkelijk is aangetast; het wil zeggen dat de Dikke Darm zijn specifieke functie voor het leven niet goed kan uitvoeren. Dat behelst meer dan het zuiver fysiologische: afvalstoffen kunnen niet goed verwijderd worden, maar ook ‘psychisch’ loslaten is een probleem geworden.

Volgens TCM zijn er – zoals ik in een vorige post al eens aanstipte – 12 Organen, verdeeld in 6 Yin- en 6 Yang-Organen, die samen alle processen voor het leven reguleren. Om dat goed te kunnen doen, hebben zij een ongehinderde toevoer van energie nodig, van wat de Chinezen ‘chi’ noemen. Bloed staat in nauw verband met ‘chi’, als twee zijden van een munt waarbij bloed de materiële kant is van het fenomeen lichaamsenergie: ook wel de potentie van je lijf om arbeid te verrichten. Als ‘chi’ en bloed niet goed doorstromen, bereiken ze niet de plekken in je lichaam waar ze moeten zijn om het voldoende energie te geven.

Als je organen langdurig verstoken blijven van voldoende bloed en energie, en dus eigenlijk ondervoed zijn, betekent het dat ze op een lager niveau functioneren. Met als gevolg dat zij de hogere sensaties waarvoor zij – ook zonder drugs –zijn uitgerust, niet of nauwelijks meer bieden. Om een beeld van TCM-therapeut Jost Sauer te gebruiken*: jouw sjieke Ferrari die met gemak 300 km per uur kan halen is een lelijk eendje geworden dat nu met 50 per uur voortpruttelt.

De hogere sensaties van het lichaam zijn vooral gekoppeld aan de 6 Yin-Organen en komen overeen met wat wij in het Westen de vitale organen noemen: Hart, Longen, Milt, Nieren, Lever en Hartbeschermer. Alleen bij de Milt is het niet handig om aan het westerse orgaan te denken (daarom spreken sommige boeken over Milt-Alvleesklier), en de Hartbeschermer kunnen we even buiten beschouwing laten, omdat het ook volgens de Chinezen geen echt orgaan is.

Volgens de Chinese geneeskunde, en dit is waar zij verbonden is met haar mystieke, taoïstische oorsprong, zetelen in deze 5 Organen de 5 ‘spirits’. Bij gebrek aan een goede term blijft ‘spirit’ meestal onvertaald: het betreft niet louter het geestelijke, maar ook het fysieke en instinctmatige en beschrijft de meer fundamentele vermogens van de mens. Alle 5 spirits zijn gekoppeld aan gemoedstoestanden.

De 5 spirits

In de Longen huist ‘po’, de fysiologische drive, de basale levensfunctie van eten, drinken, bewegen, en het vermogen in het hier en nu te zijn. Jonge kinderen die de hele dag rondrennen en enthousiast en zonder nadenken van het een naar het ander gaan, hebben sterke Long-‘spirit’. Ook de verantwoordelijkheid voor je lot – je situatie in handen kunnen nemen – is gekoppeld aan een goede functie van de Longen. Je ziet de gevolgen van een zwakke ‘po’ bij rokers terug. Een sigaret is vaak een ‘moment voor jezelf’, zeker tijdens stress, maar eigenlijk creëert een flinke teug rook de illusie van ruimte (die op natuurlijke wijze ontstaat als je diep adem haalt) waarin het ongemak uit de weg gegaan kan worden en de status quo gehandhaafd blijft.

In de Milt zetelt ‘yi’, het idee, de intentie. ‘Chi’ volgt ‘yi’; je intentie begeleidt je aandacht en geeft zo vorm aan je ideeën en bewustzijn. Een goede Milt-spirit zie je af aan een gegrond persoon, die helder zijn gedachten kan verwoorden, niet snel afgeleid is en oplossingen heeft voor zijn problemen. Hij benut de ruimte van de Longen, hij draagt hem als het ware voorwaarts. Omdat wij gewoonlijk vol gedachten zitten en ‘druk in ons hoofd zijn’, en bovendien voortdurend afgeleid worden door e-mail, facebook- en whatsapp-berichten, is onze Milt vaak verzwakt. Verstrooiing, je niet kunnen concentreren en mist in je hoofd zijn de voornaamste signalen. Een chronisch Milt-tekort leidt tot piekeren en malen en, in combinatie met zwakke ‘po’, tot melancholie.

De Nieren huisvesten ‘zhi’, de wil, vitaliteit en drive. Volgens de Chinezen zijn de Nieren de wortel van het leven, het belangrijkste orgaan, dat aan de basis staat van alle andere organen. De Nieren bevatten je jing, dat is de prenatale energie die jou bij conceptie door je ouders wordt meegegeven. Dat is niet alleen het DNA-bouwpakket, maar het zijn ook de aannemers die de boel in de steigers zetten, die de groei en ontwikkeling begeleiden. ‘Jing’ bevat de blauwdruk van je bestemming.

Weinig Nier-energie wil zeggen weinig drive, weinig motivatie en niet vooruit komen. Jing-energie is eindig en zodra deze volledig uitgeput is, is je leven ten einde. Het is dus van belang om jezelf de juiste brandstof te geven zodat het lichaam zijn prenatale energiereserves zo min mogelijk hoeft aan te spreken. Een burn out kun je zien als gebrekkige Nier-energie, waarbij je te lang je interne energie hebt verbruikt zonder genoeg op te laden.

De Lever is het huis van ‘hun’, de spirituele, etherische vermogens van het lichaam die een staat van gelukzaligheid kunnen bieden. Chinezen noemen de Lever het tere orgaan, omdat het zo gevoelig is voor onbalans: het zorgt voor de toevoer en het vloeien van ‘chi’, al naar gelang de situatie. Een gebrek aan aanpassingsvermogen, irritatie, frustratie, en woede-uitbarstingen zijn uitingen van gestagneerde Lever-energie. Alcohol is een substituut voor wat de Lever uit zichzelf kan bieden: ontspanning, freeflow van ‘chi’, een roes van spontaan zijn.

In het Hart zetelt ‘shen’, de ziel. Het is de keizer die regeert over de ‘spirits’ en deel heeft aan het naamloze Tao, de universele ‘spirit’, zoals een druppel deel heeft aan de oceaan (en: zoals de oceaan in de druppel is). Als alle ‘spirits’ goed functioneren, is je hart het huis waar de shen ongestoord kan verblijven. Dan voel je je thuis: veilig en vertrouwd, en is vreugde je deel. De dofheid van depressie of de hysterie van paniek is het gevolg van een zwakke of verstoorde shen. Ons gezegde ‘het hart op de tong’ hebben sluit aan bij de Chinese geneeskunde, waar de Hart-energiebaan uitkomt in de tong. Xtc is bij uitstek een Hart-drug.

Wat betekent het nu als onze ‘spirits’ optimaal zouden functioneren? Als we ze allemaal gelijktijdig laten hum hum hummen, als de cilinders van een fijn geoliede motor?

Dan bereiken we onze ware snelheid.

Neem plaats in een Ferrari: voel de zon en wind op je gezicht (we maken er een cabrio van), wees een met je machine, het stuur, de versnellingspook en het gaspedaal, ervaar de kracht van het volle bereik van de motor, accelereer met gemak, snijd moeiteloos bochten aan en sjees stralend langs de terrasjes.

Toch nemen wij ruim 300 dagen per jaar genoegen met de eend: in een benauwde kar vol mankementen en aftandse onderdelen, met een motor die het ieder moment kan begeven, stuck in second gear, rijden we verstrooid rond.

Onze emoties komen niet uit de lucht vallen, net zo min als onze kwaaltjes en nukkigheden. Als onze Organen verzwakt zijn, doordat ze te weinig gevoed worden, raken onze spirits ontdaan en worden we een schim van ons ware zelf: we blijven geketend aan ons verleden, zijn verstrooid en overmatigd bezorgd, voelen ons lusteloos en angstig, raken gefrustreerd en kwaad en worden paniekerig en depressief.

Volgens de Chinese geneeskunde ervaren we de wereld via onze organen. Wees dus lief voor je lijf: omhels je organen, laat je spirits spinnen en volg de simpele adviezen van de chi-cyclus. De beloning zal zijn dat je voortaan vaker dan 61 dagen per jaar de glanzende bolide uit de garage kan pakken.

Volgende keer: de chi-cyclus revisited – een westerse kijk op oosterse praktijken

* Meer weten over de chi-cyclus? Lees het boek van TCM-therapeut Jost Sauer, The Perfect Day Plan (en laat je niet weerhouden door de suffe marketing titel en dito omslag). Het boek is gebaseerd op de Chinese geneeskunde, maar bevat veel praktische tips.

Standaard
Life

De afweer-parade

Vorige keer beloofde ik dieper in te gaan op de mystieke grondslagen van de Chinese geneeskunde, maar er kwam iets anders op mijn pad deze week. Ik dacht dat ik ernstig ziek was.

Er was een aanleiding voor de angst die achter deze plotse hypochondrie schuilging: het blog dat ik vrijdag plaatste was een enorme expressie van mijn ware zelf, een flinke sprong vooruit in het tevoorschijn komen, en gewoonlijk gaat zulke vooruitgang gepaard met heftige tegenbewegingen. Er volgt altijd een offensief van mijn tweede, aangeleerde zelf, dat erop uit is mij terug in mijn hok te duwen. Uit bescherming, dat wel, want het idee is dat wanneer je jezelf uit, je gestraft zult worden.
Oorspronkelijk zijn deze offensieven juist ontstaan uit verdediging, als strategieën om te overleven. Het zijn oude vormen van psychische afweer tegen reële pijn en dreiging. Maar nu, als een overijverig immuunsysteem dat lichaamseigen stoffen aanvalt, gaan deze mechanismen tegen je werken. (Waarom en hoe ze zijn ontstaan kom ik later nog eens op terug.)

Zo’n offensief bestaat vaak uit meerdere vormen van afweer, die als legerdivisies samenwerken en verschillende tactieken ontplooien naar gelang de situatie. Ik heb ze inmiddels eigen namen gegeven. De leider van het stel is Gerhardt, de commandant, die maar één functie heeft: bewaken! Zodra ik mijn hart open, wordt Gerhardt een beetje radeloos en ijsbeert hij in zijn uniform heen en weer, op zoek naar verborgen vijanden en strategieën bedenkend om ze uit de tent te lokken. Hij zaait twijfel, kan uiterst gemeen en sadistisch zijn en is altijd op zijn hoede – dit alles onder het motto: aanval is de beste verdediging.
Dan heb je Ludwig, die parmantig op mijn rechterschouder zit en voortdurend met een misprijzende blik het hoogst haalbare eist (en keer op keer zijn onvrede laat blijken als dat weer niet gelukt is). De meest basale afweer is ‘balletje’, die voor alles en iedereen bang is, zelfs voor zijn eigen schaduw. Zodra hij schrikt valt hij uiteen in een vormeloze, zwarte vlek en maakt hij een volslagen hulpeloze indruk. Er is ook nog Brando, de woedende schuinsmarcheerder, die tegenwoordig meestal met vakantie is, en benauwde Pedro, die gaat piepen zodra hij geclaimd denkt te worden.

De eerst drie komen overeen met mijn grootste valkuilen: twijfel, perfectionisme en angst. Het lijkt dikwijls alsof Gerhardt en Ludwig de grootste onruststokers zijn, maar eigenlijk is het ‘balletje’ die ze mobiliseert zodra hij in vormeloosheid uiteenvalt, en zo een kettingreactie in gang zet, als de schokgolf van een gedetoneerde bom.

Soms is het lastig wanneer ze allemaal in de weer zijn om mezelf nog te horen, om te onderscheiden wat wat is. Waar mijn eigen stem klinkt. Vroeger ging ik vaak op zoek naar de verborgen boodschap van de specifieke afweren, en hoewel dat erg leerzaam kan zijn, word je er op den duur ook gek van (of heb je er niet altijd de tijd voor). Het is een hele kunst om te ontwaren wat afweer is, wat hij tracht te verhullen, en wat werkelijk realiteit is.*

De flow-chart die ik heb beschreven werkt voor mij zo goed omdat hij al die stemmen even negeert, tussen haakjes zet, zodat er met iets begonnen kan worden zonder eerst alle afweren uitgeplozen te hebben, of erger: erin mee te gaan. De eerste les luidt immers: accepteer het ongemak. En dus, de afweer, de negativiteit. Vervolgens: bij twijfel, stick to the plan! Doe je taken, volg het plan. De routine doet de rest.

Maar nu deed de routine niet de rest. Gerhardt had een geniepige list bedacht. Al geruime tijd heb ik onder mijn rechteroksel een knobbel, een verdikking, die me tijdens het douchen telkens dwars zit. En nu rook Gerhardt zijn kans. Na een tjokvol familieweekend met een groot gezelschap, uitgebreid diner en flink wat alcohol, was ik maandagochtend nog niet gegrond, en dus makkelijk uit het lood. En nu was het tijdens het douchen raak: deze knobbel is foute boel, dacht ik opeens. Dit is, most definitely, een abnormaal gezwollen lymfeklier. Googlen. Ja hoor, helemaal niet goed. Doemscenario. Zul je zien: net nu het zo goed gaat, zal ik sterven.

‘Balletje’ detoneerde, mijn afweren raakten serieel getriggerd en de ochtend verliep in golven van paniek, terwijl ik probeerde om mijn gedachten tot kalmte te manen. Maar er was geen beginnen aan: Gerhardt had het tactisch overwicht en mijn linies waren nog versuft van het weekend. ’s Middags liet ik de knobbel aan mijn vriendin zien, en ze beaamde dat een afspraak met de huisarts verstandig was. Hoewel ze geen aanleiding gaf tot verdere paniek, hadden Gerhardt & co nu iets ‘objectiefs’ te pakken en dus bleef de onrust bestaan. Ik bereidde me voor op een heftige week van pieken en dalen, waarin ik tamelijk stuurloos op een stormachtige zee zou deinen totdat ik een definitieve uitslag had gekregen.

Gelukkig, niets van dat alles.

De ochtend erna kon ik al terecht bij de huisarts, die me verzekerde dat het geen verdikte lymfeklier was, maar wel de zwelling opmerkte en me doorverwees voor een echo. Thuisgekomen bleek ik meteen te kunnen langskomen in de kliniek en twintig minuten later lag ik in een donkere kamer op een behandeltafel naar het plafond te staren. De arts smeerde mijn oksel in, maakte een echo met zijn apparaatje en gaf na enkele scans aan dat er he-le-maal niets aan de hand was. Ja, hypertrofisch spierweefsel, dat was alles: een overbelaste grote borstspier.

Anderhalf uur later was ik weer thuis, van huisarts tot echo-uitslag – waarschijnlijk een Nederlands record diagnose stellen. Hoewel dat hele traject van een leien dakje ging, was er toch nauwelijks opluchting. Eerder ongeloof. Cognitief had ik geregistreerd dat het in orde was en daar was ik dankbaar voor, maar ik voelde geen emotionele opluchting. Ik voelde geen dankbaarheid. Mijn afweer was niet ontmanteld, enkel teruggedeinsd en hield zich nog verscholen in een hoek. Wachtend op een volgende kans om de aanval in te zetten.

‘Hij die de os niet zweept, maar zingen laat, zal de zoetste druiven oogsten’ – Oudindisch gezegde

Waarom was er geen ruimte ontstaan, geen vrede gesloten? Ik had weliswaar objectieve geruststelling gekregen, maar van binnen woedde de onrust nog. Feiten zijn niet doorslaggevend voor (mijn) afweer. De realiteit van de afweer is namelijk een andere, maar voor die onrust zelf had ik eigenlijk geen tijd. Omdat ik door wilde. Omdat ik mijn taken had, mijn studie, mijn blog moest schrijven die vrijdag geplaatst moest worden.

Ondertussen vergat ik aandacht te schenken aan het hier en nu. Was ik niet hier, maar al daar. En terwijl Gerhardt zich terugtrok, besefte ik niet dat Ludwig nu de touwtjes in handen had en in zijn vuisten zat te lachen. De oorlog ging door, met andere middelen.

Ik moet vandaag studeren.

Ik moet dat blog schrijven.

Ik moet. Ik moet. Ik moet.

Vergetende dat ik natuurlijk helemaal niets moet.

Als je je afweer gaat beschouwen als obstakel, als iets waar je vanaf moet, zit je nog altijd gevangen in een afweer – precies dat is de sabotage! Het biedt de illusie van een wereld zonder afweer. Een perfecte wereld, van een zelf zonder tegenstand. Opeens, tamelijk geruisloos, ben ik toch gaan proberen om de oorlog van mijn afweren te winnen, heb ik stiekem het tegenoffensief ingezet. En dus ben ik mijn eigen vijand geworden, in oorlog met mezelf, terwijl ik deze afweren juist moet koesteren als delen van mijzelf. Niet door ze volledig serieus te nemen, maar door ze te bekijken en te zien voor wat ze eigenlijk zijn: bondgenoten. Overspannen lui, dat wel, hypertrofisch, maar bondgenoten. Mijn strijdmakkers. En mijn krachten.

Ludwigs heilige moeten is ook de motor voor mijn progressie, Gerhardt beschermt mijn hart en doet dat met verve, ‘balletjes’ vormeloosheid is eigenlijk de bron van alles, het begin en eind, Brando’s woede heeft menigmaal de weg gebaand uit een depressie en door Pedro heb ik geleerd grenzen te trekken om mezelf ruimte te gunnen.

Het gaat er niet om dat we verbeterde versies van onszelf worden. Kijk eens, nu heb ik het een zonder het ander, zeg je blij. Nu heb ik gedachten zonder twijfel. Drive zonder perfectionisme. Leven zonder angst. Kracht zonder woede. Ruimte zonder grenzen.

Dat is niet heel zijn. Dat is de illusie van zuiverheid, van een ideaal zelf.

Het gaat erom dat het deel – dat alle afgescheiden delen – worden opgenomen in het geheel, als solisten in een orkest. Geef de diva’s en druktemakers een plek en laat ze als sopranen en tenoren luidkeels zingen, maar op de maat van jouw muziek. Dirigeer ze, maan ze tot zachte stem bij ingetogen stukken en laat ze aanzwellen tijdens krachtige finales. Zwak af en zet aan; zoek de samenklank. Gezondheid is een symfonie.

* Voor een praktische omgang met afweer en het herkennen ervan, zie het werk van psycholoog Ingeborg Bosch

Voor een speelse wijze om je afweren te ontmantelen, zie The Artist’s Way van Julia Cameron (aanrader!)

Voor de waarheid van het geheel: Deepak Chopra, Het Schaduw Effect

Standaard
Chinese geneeskunde, Life

De chi-cyclus

Ik heb het afgelopen jaar geworsteld met de dichotomie van het alledaagse en het spirituele. Door mijn shiatsu-studie ben ik veel gaan mediteren en andere chi-technieken gaan beoefenen. Tijdens meditatie heb ik soms zo’n diepe verbondenheid gevoeld met het leven, dat ik er weleens over fantaseer om de rest van mijn bestaan in een Chinees klooster te gaan mediteren. Zo wezenlijk voelt die verbondenheid, dat het alledaagse soms te banaal lijkt. Zelfs een waste of time (met als gevolg dat ik ernaar neig mijn tijd te verspillen – maar daarover een andere keer meer).

Maar ik houd ook van veel zaken in mijn alledaagse leven. Ik heb een partner van wie ik houd en met wie ik mijn leven wil delen, ik heb vele interesses die ik wil najagen, ik houd van lekker eten en wijn, ik geniet van koffie en kunst, van de prikkels in een stad.

Je ziet, eigenlijk zijn de dingen die ik noem niet eens zo alledaags. Mijn levenspartner is geen alledaags verschijnsel. Liefde is spiritueel. Een mooie maaltijd bereiden is cultivering, wijn proeven is een oefening in bewustzijn (én intoxicatie). Alles heeft een materiële en een spirituele kant. Het leven toont zich vaak, onverwacht, mystiek.

Maar wat nu als ik je zeg dat je ook dit mystieke kunt faciliteren? Dat, door een bepaalde levenswijze, het mystieke zich vaker gaat tonen, dat het spirituele en het alledaagse zich gaan vermengen. Dat je tijd op aarde niet meer voortsnelt in alledaagsheid, of vertraagt en verzandt in banale sleur. Maar dat het leven gaat glanzen. Levendiger wordt. Dat je niet meer kijkt en geen antwoord hoort, maar dat het leven je terug aan gaat kijken, dat het je aanspreekt.

Dit is geen beeldspraak, maar een concrete ervaring, en wat het vergt is dat je je dag op een bepaalde manier indeelt. Het baseert zich op de taoïstische fundamenten van de Chinese geneeskunde en de praktische werking van de 12 orgaan-energieën die op verschillende tijdstippen van de dag op hun maximum functioneren. Voor iemand die niet bekend is met de Oosterse geneeskunde klinkt dit misschien vaag in de oren, maar de concrete adviezen die eruit volgen zijn tamelijk nuchter en praktisch: je stemt je activiteiten af op bepaalde uren van de dag, je let (een beetje) op je voeding, en je maakt ruimte voor meditatie, yoga, tai chi, chi kung of do-in. De routine doet de rest.

De zogenaamde chi-cyclus is een bekend gegeven in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM). Maar voor de praktische uitwerking ervan en het idee van de cyclus als brug naar het spirituele, verwijs ik naar deze blogposts van TCM-therapeut Jost Sauer.

Voordat ik de dagindeling uit de doeken doe, even kort een paar begrippen toelichten. ‘Chi’ wordt gewoonlijk vertaald met energie of levenskracht, maar het is goed om te beseffen dat chi ook altijd een materieel aspect heeft. Daarom is het te beïnvloeden via voedsel en lichaamsoefeningen. Als je chi goed doorstroomt, voel je je energiek, is je chi op bepaalde plaatsen geblokkeerd, of verzwakt in het algemeen, ben je moe en lusteloos. (Wat chi is en hoe je het kan voelen, kom ik in andere blogposts op terug.)

In de Chinese geneeskunde zijn er 12 organen, verdeeld in zes Yin & Yang-paren. Deze Organen staan met elkaar in verbinding en zij hebben een specifieke plek in de energierondgang van het lichaam. Hoewel er genoeg overeenkomsten zijn tussen de westerse fysiologie en de oosterse opvatting over de organen, is het handig om ze niet te gaan vergelijken met het anatomische orgaan. De Chinese organen hebben altijd ook betrekking op hun energetische – welhaast metafysische – functie voor het leven. Vandaar de hoofdletter voor het onderscheid.

De Longen worden gezien als het begin van de chi-circulatie, en zij vormen een paar met de Dikke Darm. Vervolgens krijg je Maag en Milt, Hart en Dunne Darm, Blaas en Nieren, Hartbeschermer en Drievoudige Verwarmer (dit zijn twee vreemde eenden in de bijt, ook voor de Chinezen), en tot slot Galblaas en Lever.

Zij hebben iedere dag hun eigen piekmoment van twee uur en dat levert dus 12 tijdslotjes op per dag.

Hoe ziet een dag er volgens de chi-cyclus uit?

Ochtend

De Longen staan aan het begin en hun tijd is van 3-5 uur. Het advies luidt om rond 5 uur op te staan – dan hebben de Longen het voorbereidende werk gedaan voor de energiecirculatie – en neemt de Dikke Darm het over. (Ik vind 5 uur onchristelijk, dus ik sta om 6 uur op.) Begin de dag, om de circulatie te bevorderen, met lichaamsstrekkingen en meditatie. Yoga, chi kung, do-in, of gewoon lichaamsgymnastiek, het maakt niet uit. Je bereidt je lichaam voor op de dag, en door je ademhaling ruimte te geven kom je in het hier en nu.

Nu je lichaam (en geest) klaar is voor de dag, geef je het de juiste voeding: van 7-9 heerst de Maag. Dat betekent het liefst iets warms en geen stapels boterhammen. Wit brood eten en ontbijt overslaan is een doodzonde in de Chinese geneeskunde: je hebt een goede basis nodig om de dag door te komen. Alles wat je hier inlevert, betaal je later op de dag dubbel terug. Een goed ontbijt wil ook zeggen een bewust ontbijt. Dus geen krant, telefoon of e-mail checken terwijl je eet. Ga rustig zitten, snuif de damp van je hete pap op en eet kalm je kom leeg. Nu ben je klaar om te knallen.

Van 9-11 uur is het tijdstip van de Milt, en de Milt-energie zorgt voor focus, helderheid en concentratie. Maak er gebruik van! Ik combineer de chi-cyclus met het doelenprogramma dat ik de vorige keer heb besproken. Dus ik begin meteen met mijn belangrijkste taken voor de dag: studie, schrijven, of die vervelende klus waar ik al langer tegenaan hik. Een echte dooddoener is om ‘even’ je e-mail te checken of op een website te gaan kijken. Daarmee verstrooi je de focus die de Milt biedt. Zelf drink ik er graag koffie bij, wat het proces nog een handje helpt.

Je zult zien dat je tegen elven in een stroomversnelling bent geraakt. Dit is de ideale tijd om je belangrijkste doelen te verwezenlijken, want van 11-13 uur regeert de Hart-energie. Nu zal je tong spreken vanuit je hart en als je (creatief) bezig bent, zul je merken dat je hele zijn betrokken is bij wat je doet. Het is een heerlijk gevoel als je op de toppen van je kunnen presteert. Dit is tevens de piek van de dag, het meest vurige moment, waarop de energie in je lichaam voluit stroomt.

Je hebt nu 4 uur gewerkt en eigenlijk zit de echte arbeid er al op. Daarom is het ook van belang de taken die je absoluut gedaan wilt hebben eerst te doen. Nu heb je het vliegwiel zo’n slinger gegeven dat je de rest van de dag automatisch vooruit gaat.

Middag

13 uur is het scharnierpunt tussen Yang (activiteit) en Yin (rust): de top is geweest en de opwaartse en verspreidende krachten zijn op hun retour. Energie gaat weer naar beneden, terug naar binnen. Dat betekent dat je nu gas terug gaat nemen. Dat doe je door jezelf eerst te trakteren op een gezonde, hartige lunch. Net als voor het ontbijt geldt: bij voorkeur iets warms erbij. Ideaal is soep: daarmee versterk je de Milt weer (die je net flink hebt gebruikt). De Dunne Darm regeert nu tot 15 uur en deze scheidt de hoofd- van de bijzaken voor de rest van de dag.

Het is mijn ervaring dat het soms lastig is mezelf los te rukken van wat ik aan het doen ben. Eigenlijk wil ik doorvliegen; ideeën blijven komen en het kost moeite om die flow te onderbreken. Maar gas terugnemen is even belangrijk als om 9 uur het pedaal indrukken. Doe je dit niet, zul je later op de dag, of in de week, de rekening krijgen. Bovendien kun je dit enthousiasme om door te gaan juist gebruiken om de dag erna uit te kijken naar je taken. Stoppen op je hoogtepunt is een gezond advies. (En andersom: ga nog even door als je een moeilijk punt bereikt hebt).

Na de lunch – die overigens ook een pauze is, ik maak een wandeling, doe boodschappen of een dutje – ga je anders te werk. Niet meer super doelgericht, maar ontspannen, drijvend, associërend. Ik volg nog steeds mijn – avond vantevoren – opgestelde taken, maar ik doe ze op een andere manier. Dus geen intense studie meer, of ingewikkelde betogen schrijven. Wel: een tekst redigeren. Of research doen. Geef jezelf de ruimte om een beetje te rommelen. Beantwoord e-mails, lees dat artikel of spreek met iemand af. Van 15-17 uur is de energie van de Blaas en deze is verbonden met het zenuwstelsel. Een goede Blaas leidt tot een ontspannen gevoel.

Rond 17 uur rond ik af en schrijf mijn doelen voor de volgende dag op. Dit is het moment van de Nier-energie, die in de Chinese geneeskunde de bron van het leven vormt, de vitaliteit. Dit is ideaal voor weer wat meditatie of chi kung. Zelf doe ik rond 18 uur een half uur zhan zhuang, ‘staan als een boom’ – erg krachtig! Op den duur voelt dit niet meer als een opgave, want het laadt je op en je voelt je fris en uitgerust erna.

Avond

In de avond overheerst de Yin-energie en nu is het gedaan met werk en denken aan werk. Van 19-21 uur zorgt de energie van de Hartbeschermer voor een open, ontspannen gevoel. Een ideaal moment om te eten met dierbaren en sociaal te zijn. Drink een glas wijn, geniet van de dag, het gezelschap, het eten. Geef jezelf vrij voor de avond: kijk tv, lees een boek, wat je maar ontspant.

Rond tienen is het bedtijd. De Drievoudige Verwarmer zorgt tussen 21 en 23 uur voor de passage van het domein van de dag naar dat van de nacht en begeleidt je naar dromenland. Volgens de chi-cyclus is het van belang te slapen voordat de Galblaas (23-1) en Lever (1-3) aan de beurt zijn. Zij hebben rust nodig om het lichaam te zuiveren en je fit te maken voor een nieuwe dag. Vooral de Lever is uiterst gevoelig en ’s nachts in een kroeg hangen bezorgt hem dubbele pijn. Hij moet de alcohol eerst verwerken zodat alle andere processen stil liggen en vervolgens nog het lichaam voorbereiden op de komende dag. (Start dus vroeg met drinken.)

De avonden zijn kort volgens deze indeling. Daarnaast laat het geen ruimte voor sociale gelegenheden die gewoonlijk laat in de avond plaatsvinden. In het weekend laat ik de routine dan ook deels los. Zolang je maandagochtend weer begint is dat geen probleem (je kunt altijd opnieuw beginnen, op ieder moment intunen), maar hoe groter de afwijking van je routine, des te groter de arbeid die je weer moet verzetten. De chi-cyclus is een simpele, maar eerlijke economie.

‘Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.’ – De kleine prins, Antoine de Saint-Exupéry

Nu heb ik beloofd een manier te geven om het spirituele en het alledaagse te verenigen, en waar ik mee kom is een tamelijk prozaïsche opsomming van een dag. Waar is het mystieke gebleven?

Over het spirituele wil ik eigenlijk kort zijn. Omdat het een ervaring is. Een ervaring bovendien die in woorden uitgedrukt weinig heel laat van precies die mystieke kant ervan. Kun je beschrijven hoe het leven voelt? Daarnaast is het zo persoonlijk. Alsof je een geestverruimende trip of intense droom beschrijft aan anderen. De beelden en symbolen zijn van jou – het is jouw, unieke ervaring. Maar ik kan wel zeggen dat het af en toe trippy is.

Je zult gekke dingen gaan ervaren. Vreemde lichaamssensaties (stromen, dobberen, kosmisch varen noem ik het), maar ook synchroniciteit (toevalligheden die verband houden), serendipiteit (het een zoeken, het ander vinden). Je zult een helderheid ervaren over je levensdoelen. Je zult het gevoel hebben dat je niet meer alleen bent. Het leven zal je aanspreken, in ontmoetingen, beelden, symbolen. Je zoekt en je vindt meteen. Je stelt een vraag en krijgt antwoord. Je vindt je groove. Je ontmoet je bestemming. Je wordt wie je bent.

Het zijn allemaal zaken die ons weleens overkomen, ze geven het leven glans. Maar als je de chi-cyclus volgt, gebeuren ze vaker. Eigenlijk zo vaak dat je erop kunt gaan vertrouwen.

Dit is niet het doel, noch het streven. Het doel is: hak hout, breng water naar de put.

Dat is de essentie: je moet een idee hebben, een plan. Je moet werken. Maar als jij de eerste stappen gaat zetten, zal de Tao verschijnen en je koesteren.

Volgende keer: deeper down the rabbit hole. 
Standaard
Life

Beginnen – twee lessen

Ik weet hoe ik moet beginnen. En ik heb geleerd hoe ik opnieuw kan beginnen.
Twee belangrijke lessen die, nu ik ze eenmaal begrijp, heel simpel zijn, maar ze bleken, telkens weer, onoverkomelijk om te doen.

De eerste les: accepteren dat ongemak bij het leven hoort. Het leven is moeilijk.* Dat betekent dat, wat ik gewoonlijk als slechte gevoelens beschouw, geen toestanden meer zijn waar ik mezelf direct uit moet trekken. Alvorens te beginnen moest ik mezelf altijd uit een gevoel halen. Dat is onmogelijk. Een gevoel is geen actie, het is een toestand, de beweging zelf. Zodra je die accepteert, is het probleem van het goed voelen opgelost. Zo simpel is het. Benader ‘goed voelen’ niet als een streven.

Vervolgens begin je met een concrete taak, voor 10 of 15 minuten.** Daarna mag je jezelf belonen, ophouden, wat dan ook. En voilà.

Dit is alles, dit is de opeenvolging van checks die ik toepas om te beginnen, mijn persoonlijke flow-chart. Accepteer het gevoel. Haal adem. Begin met iets voor 10 minuten. En natuurlijk zul je zien dat, eenmaal begonnen, de 10 minuten een uur worden of twee uur, zolang je bezig bent. Het probleem van het begin is namelijk opgelost.

Ik omzeil hiermee de valkuil van perfectionisme. De eis tot perfectie is zo zwaar dat het al het prille plezier verplettert onder een meedogenloos moeten. Ik mocht geen wandeling maken van mezelf, ik moest meteen de Mount Everest bedwingen. (Er is nu eenmaal geen hogere berg op aarde en het perfectionisme dicteert: het allerhoogste!). Het gevolg: uitstel. Iedere keer weer.

Het is een bizar verschijnsel dat het dag na dag uitstellen van iets me niet andere kanten deed uitkijken. Ik bleef me blind staren op die berg. Ik dacht serieus vaak: straks ben ik oud en heb ik nog steeds niet gedaan wat ik wilde doen. Maar die gedachte hielp geen zier, het maakte me enkel nog moedelozer.

Ik denk dat ik weet hoe dat komt. Omdat ik het uitstellen niet als het probleem zag. De Mount Everest was het probleem! En die ging niet opzij.

‘It’s not what you look at that matters, it’s what you see’ – Henry D. Thoreau

Er kwam pas ruimte toen ik erkende dat mijn uitstelgedrag het obstakel was. Toen landde het inzicht dat iets doen nog altijd meer is dan niets doen. Niet beter – niets doen is een schone taak, de wereld gaat soms aan vlijt ten onder – maar gewoonweg meer. Dat iedere dag tien minuten tijd aan iets besteden nog altijd meer is dan helemaal niets doen. En wie kan nu niet tien minuten per dag een taak doen?

Goed. Het probleem van perfectionisme is getackeld, maar nu staat die andere saboteur klaar om op je nek te springen: de twijfel. Leuk hoor, tien minuten een taak doen, maar wat heeft dat nu voor zin? Ik weet nog steeds niet hoe ik Everest bedwing. Al doe ik twintig taken op een dag, de aanblik van die berg doet me, na een klein moment van ontzag en prikkeling, de moed in de schoenen zinken. Hoe kom ik daar? Ik weet gewoon niet hoe…

Ook hier vraagt het probleem om een oplossing op een ander niveau:

Een project kun je niet DOEN.

Ieder project bestaat uit meerdere stappen. En al die stappen vallen weer uiteen in kleinere stappen. Totdat je op het niveau van acties komt, dingen die je werkelijk kan doen.

Laat het even tot je doordringen. Zo idioot simpel als het klinkt, zo diep is de werking van het totale besef dat je een project nooit of te nimmer kunt doen.

De Mount Everest bedwingen kun je niet doen. Onmogelijk. Wat je eerst nodig hebt is: klimervaring. Een topconditie. Een partner wellicht. Je moet de juiste uitrusting hebben. Geld sparen voor de reis. Al die zaken bestaan weer uit meerdere stappen: leren klimmen. Een fitnessprogramma opstellen. Wandelvakanties plannen. Uitrusting testen. Geld opzij zetten. En vervolgens de concrete outline: klimtrainingen volgen. 3x per week naar de sportschool, die en die spieren trainen. Wandelen in Zuid-Limburg, later klimmen in de Franse Alpen. Naar winkels gaan en je informeren. Etcetera, you get the picture. Tot je uitkomt bij hele basale stappen, bij de dingen die je kunt doen: dus 10 minuten per dag die dumbbells liften.

Plotseling is die onbenullige taak van 10 minuten niet zo onbenullig meer. Omdat je van hoofddoelen naar dagtaken bent gegaan, is alles wat je doet een zinvolle stap richting het doel. In plaats van na een actie het gevoel te krijgen dat het ‘allemaal toch geen zin heeft’ of af te haken met een ‘wat doet het er toe?’, zijn deze sabotagepogingen ook verijdeld. Het heeft zin, nog los van de intrinsieke vreugde die je ervaart wanneer je lekker in een taak zit – en die zul je gaan ervaren, reken er maar op: je zult vliegen –, brengt iedere volbrachte taak je dichterbij je doelen. Je bent niet alleen bezig, je bent aan het groeien. Je bereikt je levensdoelen. Je maakt je dromen waar.
Wees dus ook niet te zuinig met je doelen. Het zijn immers dromen, en omdat je ze in stukken verdeelt, is niets te groot. Droom groot.

Daarvoor is het wel essentieel dat je altijd, zeg iedere week, een doel stelt dat een beetje (extra) pijn doet. Dat je uit je comfort zone haalt. Zonder strekking is er namelijk geen groei. En zo is de cirkel rond: het leven is moeilijk. Ongemak hoort erbij. Groeien doet pijn. Terug naar les een.

Accepteer het ongemak.

Haal adem.

Begin met iets, voor 10 minuten…

En het wiel blijft in beweging.

Nu zou het kunnen dat na een bepaalde tijd je taken sleets beginnen aan te voelen. Omdat ze ondanks hun grote bereik, in hun uitvoering misschien toch zo alledaags blijven. Ja, ik realiseer mijn doelen, ja, ik kom vooruit, maar is dit nou alles?

Wellicht heb je behoefte aan iets meer, een extra dimensie aan je leven. Het spirituele.

Volgende keer: hoe verenig ik het spirituele met het alledaagse?

Voor dit blog put ik uit talloze inspiratiebronnen; boeken, websites, mensen die mij hebben geholpen. Voor dit thema noem ik specifiek:

*The Road Less Travelled, M. Scott Peck. De eerste zin luidt: ‘Het leven is moeilijk. Dit is een grote waarheid, een van de grootste’, en legt de link met de eerste waarheid van Boeddha: leven is lijden.

**Het blog Zen Habits, zie onder meer de posts over Getting Things Done en motivatie

Standaard
Life

All end’s a beginning

Twee weken geleden kreeg ik tijdens een kort tête-à-tête te horen dat mijn functie geschrapt werd wegens inkrimping. Nu was het geen verrassing dat mijn werkgever in zwaar weer verkeert – zoals alle boek- en tijdschriftuitgeverijen het moeilijk hebben in het digitale uitgeeftijdperk – maar dit ontslag kwam toch onverwacht. Na 10 jaar ben ik opeens Filosofie Magazine-redacteur af.

Op de fiets op weg naar huis tijdens een van de eerste zomerse dagen van het jaar besefte ik dat de cirkel rond was. Op zo’n zelfde dag in mei 2003 racete ik opgewonden naar Diemen-Zuid voor mijn eerste werkdag. En nu, een decennium en 3000 identieke fietstochtjes later, fiets ik retour, ontslagen, klaar.

Terug thuis zat ik op mijn galerij in de zon. Gek genoeg was er op dat moment grotendeels opluchting. En een vreemde genieting. Schoonheid is de belofte van geluk, schreef Stendhal, en dat lijkt me juist, maar geluk zelf is mogelijkheden ervaren.

Als je tien jaar ergens werkt, en al helemaal als je er komt als twintigjarig joch, dan is werk niet alleen maar werk, maar een amalgaam van gewoonten, gebruiken en rituelen. Het is een habitat en je collega’s worden familie. Je baan verliezen ontslaat je van veel meer dan je werk. Het ontslaat je van een figuur van leven.

Dit blog is het gevolg van een ontslag. Met athousandram hoop ik mijn mogelijkheden levend te houden, het nieuwe een traject te geven. De naam verwijst naar Daft Punks nieuwste album Random Access Memories, een moddervette plaat bomvol muzikaliteit waar ik deze periode verslingerd aan ben geraakt. Tegelijk is de naam zelf toepasselijk voor het doel van deze blog: een opslagplaats zijn. Misschien meer nog dan mijn gedachten delen, wil ik ze gewoon uiten, kwijt, de lucht in slingeren. Zonder limiet, duizendmaal.

Want dat ben ik van plan te doen hier. Schrijven over mijn interesses, dat wat me bezighoudt, me raakt, meesleept, optilt en uitput. Ik wil bloggen over kunst, geschiedenis, filosofie, literatuur, games en dan mis ik nog muziek, films, stedenbouw & googlemaps, om maar wat te noemen. En ik ga lijstjes maken. Omdat lijstjes mij nu eenmaal groot plezier verschaffen.

Mijn grootste valkuilen zijn perfectionisme en twijfel. De twee pingpongen al mijn halve leven er lustig op los in mijn hoofd. Het zijn vertragers, uitstellers, saboteurs. Ik noem ze hier publiekelijk, omdat ze me storen, deze twee. Ik kan ze niet verbannen, maar ik kan ze wel negeren. Op dit blog spelen ze maar in het donker.

Vorig jaar ben ik begonnen met een opleiding tot shiatsutherapeut. Het eerste jaar heb ik net afgerond en ik hoop hier ook iets van deze bijzondere ervaring onder woorden te kunnen brengen. Shiatsu, een oosterse vorm van lichaamstherapie, heeft al een nieuwe wereld geopend, en ergens, op een mooie plek, een plek waar je naar kan verlangen, komen athousandram en shiatsu samen.

Standaard